Terug naar overzicht
Kaart  |  Tabel  |  Overige waarnemingen

Methode
In de week van 22 tot en met 30 januari 2011 is voor de elfde keer op rij een telling uitgevoerd van roofvogels en reigers die overwinteren in het (half)open cultuurlandschap van de gemeenten Epe en Heerde. Deze telling vindt altijd plaats in de laatste week van januari. In totaal zijn tien deelgebieden geteld. In totaal hebben 16 tellers bijgedragen aan het resultaat. Merendeels zijn zij lid van de KNNV Epe-Heerde, Vereniging voor Veldbiologie. Voor de telling zijn de deelgebieden systematisch onderzocht op het voorkomen van roofvogels en reigers. De vogelaars gingen te voet, vanaf de fiets en vooral ook vanuit de auto de roofvogels in kaart brengen. Het was over het algemeen goed weer, maar bewolkt. De vorstperiode van december 2010 en januari 2011 was net achter de rug. Ook de hoogwaterperiode (IJssel) was net voorbij. Alle waarnemingen zijn op kaarten ingetekend. Sommige waarnemers hebben ook waarnemingen buiten hun eigen telgebied opgeschreven. Bij de interpretatie van het totaal zijn deze deels overgenomen voor zover ze een aanvulling vormen.

Resultaat
In totaal zijn er binnen het telgebied 284 roofvogels en reigers geteld van acht verschillende soorten. Net buiten het telgebied zijn nog eens 45 vogels gemeld. (Zie Tabel)

Zoals in andere jaren is de buizerd de talrijkste soort (186). Het beeld is aardig te vergelijken met andere jaren. Bij Wapenveld, Vorchten, Veessen en Oene was de buizerd talrijk, de indruk was dat er hier en daar op het zand (tegen de Veluwse bosranden aan) minder waren. (Zie Kaart) Hoewel er in Nederland "véél" ruigpootbuizerden worden waargenomen is het opmerkelijk dat deze soort in ons werkgebied niet waargenomen is, hoewel er in meerdere deelgebieden door de waarnemers goed op gelet is.

Van de reigers is het opmerkelijk dat voor het eerst in elf jaar tijd de grote zilverreiger vaker gemeld is dan de blauwe reiger: 38 tegen 30 vogels! Meer zilver dan blauw. Hoewel een heleboel waarnemingen van de grote zilverreiger (in andermans telgebieden) al niet zijn meegenomen in de uitwerking, moet een enkele dubbeltelling niet worden uitgesloten. De grote zilverreigers zijn heel "beweeglijk", veel meer dan de blauwe reiger worden ze vliegend gezien. De blauwe reiger is met 30 vogels minder dan 50% van wat we gewend zijn te tellen in een januari-maand. Tijdens de zachte winters van de afgelopen jaren telden we vaak wel om en nabij de 80 vogels. De zilverreiger is nu juist twee keer zo talrijk als in 2009-2010. Toen de roofvogelwintertelling in 2001 startte kwam deze vogel in ons werkgebied helemaal nog niet voor. In 2001-2004 is in vier jaar tijd maar één grote zilverreiger gezien. Vanaf 2005 zien we de soort elk jaar. De zilverreiger is nog steeds met een opmars bezig. Door de sneeuw en ijs waren er in december en begin januari minder grote zilverreigers, maar eind januari waren er weer veel meer. De blauwe reigers zijn deels weggetrokken? Er zijn geen dode reigers gemeld in 2011. Opvallend was dat een groot deel van de blauwe reigers adulte vogels betrof.

Het aantal haviken (7) was redelijk normaal, dat van sperwer (8) en torenvalk (11) eerder wat aan de lage kant. Verrassend zijn altijd weer de waarnemingen van blauwe kiekendief en slechtvalk. De blauwe kiekendieven zijn gezien bij Korte broek in Vaassen (mn) en in het Vorchterbroek bij Vorchten (vr). De slechtvalken waren aanwezig in het Achterste broek bij Heerde (juv) en het Wapenveldsche broek bij Marle (ad mn). Het wordt steeds makkelijker om slechtvalken te zien in ons werkgebied. De blauwe kiekendieven hebben we waarschijnlijk te danken aan een influx door de winterse omstandigheden.
Er zijn nog veel meer soorten vogels en zoogdieren gezien. (Zie Overige waarnemingen)

Woord van dank
Met dank aan de tellers van 2011: A. Bijl, M. Bootsma, R. Bootsma, M.W. Dekker, G.J. van Dijk,
G. Dujardin, R. Heideveld, B. Hilberink, A. Hottinga, J. Huttinga, J. Kuijper, M. Langevoort, E. Murris,
G. Plat, G. Prins en H. Schreurs. Dankzij de inspanning van deze tellers hebben wij een beeld van de roofvogels en reigers die in onze gemeenten Epe en Heerde overwinteren.