Gebiedsbeschrijving
Het Eperholt ligt langs de Nieuwe Zuidweg, tegen de Haelbergheide aan, niet ver van de Ossenstal. Het gebied is 74,6 ha groot en bestaat merendeels uit gemengd naaldbos van groveden en douglas, enkele lanen, singels en een wildweide. Voor de helft is het rustgebied voor het groot wild. Het gebied wordt beheerd door de gemeente Epe als onderdeel van een complex van 660 ha bos en heide.

Onderzoek
Met elf ochtendbezoeken en aanvullende waarnemingen is het gebied in de periode maart-juni 2002 geïnventariseerd op broedvogels. De telintensiteit bedraagt 44 minuten per ha.

Broedvogels
In het Eperholt zijn 35 soorten broedvogels vastgesteld met in totaal 483 territoria. De broedvogeldichtheid bedraagt 65 territoria per 10 ha. Buiten het Eperholt zijn 29 soorten vastgesteld met 135 territoria. Het totaal aantal soorten broedvogels komt hiermee op 43.

Het bos herbergt enkele typische bosvogels zoals havik, zwarte specht en vogels kenmerkend voor naaldbos zoals zwarte mees, kuifmees, goudhaan, sijs, kruisbek en goudvink. Voor een bos is de broedvogelbevolking niet bijzonder. In de top vijf van talrijkste broedvogels (merel, winterkoning, roodborst, goudhaan en vink) bevindt zich géén holenbroeder; indicators van oud bos zoals de boomklever komen weinig voor.

Rode Lijst en Natura 2000
Zomertortel, grauwe vliegenvanger en matkop staan op de Rode Lijst, buiten het gebied ook de koekoek en de raaf. De zwarte specht is doelsoort van Natura2000, buiten het gebied zijn dit ook de boomleeuwerik en roodborsttapuit.

Aanbevelingen voor beheer
In het bosbeheerplan 1979/1980 is een 160 ha groot stuk bos bestemd als bosreservaat met overgangsbeheer. Het onderzochte gebied maakt daarvan deel uit. Tussen 1982 en 2002 is één perceel bos verjongd met douglas. Het overige bos heeft zich goed ontwikkeld, wat uit de vogels blijkt. Door dikkere bomen, meer staand dood hout en kleine open ruimten in het bos kan de vogelrijkdom nog worden vergroot.

Overige bijzonderheden
Ook in 1982 is een broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Toen werden 41 soorten broedvogels vastgesteld met 306 territoria, een dichtheid van 40,1 territoria per 10 ha.

Het aantal soorten is iets afgenomen en het aantal territoria is met ongeveer de helft toegenomen. De toename van de broedvogeldichtheid te opzichte van 1982 is gedeeltelijk te verklaren uit het intensievere onderzoek in 2002. Voor een deel is het reëel en verklaarbaar uit veranderingen in de vegetatiestructuur en het ouder worden van het bos.

Verdwenen zijn: sperwer, boomvalk, holenduif, tuinfluiter, vuurgoudhaan, bonte vliegenvanger en groenling. Op de heide zijn kneu, witte kwikstaart en geelgors verdwenen. Nieuwe soorten zijn glanskop, boomklever, raaf en sijs. Op de heide is de roodborsttapuit een nieuwe broedvogelsoort.
De gebiedsbegrenzing van Eperholt (2002)